Het babybedje

Heel kleine baby’s slapen waar en wanneer ze maar willen: in de ogenschijnlijk ongemakkelijkste posities met veel lawaai om zich heen. Maar als ze ouder worden, wordt dat anders. Uw kind heeft nu een eigen nestje nodig waarin het zich goed geborgen voelt. Toegedekt met een wollen dekentje of een licht dekbedje en gekleed in een pyjama uit huidvriendelijk materiaal, kan het “zandmannetje” spoedig komen. Als het inslapen toch moeilijker gaat, kunnen de tips hiernaast wellicht helpen.



Ook bij dit onderwerp geldt: geen twee kinderen zijn gelijk! Er zijn kinderen, die tijdens de eerste 6 maanden alleen wakker worden om te drinken, anderen zijn al met 3 weken behoorlijk lang wakker en willen „actief” aan het gezinsleven deelnemen. Bovendien wordt ieder kind met zijn eigen wakker/- en slaapritme geboren, dat de moeder misschien al uit de zwangerschap kent. De ervaring leert namelijk, dat uw baby dit ritme ook in de eerste dagen en weken nog zal volgen. Als de slaapgewoontes van uw baby absoluut niet met de uwe overeenkomen, kunt u uw kind langzaam op weg helpen om het verschil tussen overdag en ‘s nachts slapen te leren onderscheiden. Het is in dit geval aan te bevelen om de slaapkamer ‘s nachts donker te maken, het kind makkelijke kleding aan te trekken en het bedje lekker op te schudden. Als de baby ‘s nachts van de honger wakker wordt, geef hem dan alleen wat te drinken, zonder met hem te spelen, te praten of het licht aan te doen. Ook het ‘s nachts verschonen – voor zover dat nodig is – moet rustig maar snel gebeuren, want te lang bloot liggen maakt een kind weer monter. Maar een kind wordt niet altijd van de honger wakker. Vaak slapen ze gewoon onrustig en woelend, ze beginnen te brabbelen en het lijkt alsof ze wakker zijn. Bezorgde ouders, die hun kind dan meteen uit bed halen, maken het daarmee pas echt wakker en hebben daarna moeite om het weer terug in bed te krijgen.


  • Hul de pasgeborene strak in een dekentje en leg hem zo neer, dat zijn hoofdje tegen het hoofdeinde van het bedje ligt. Zo voelt hij zich geborgen.
  • Leg een half uur voor het naar bed gaan een warme kruik in het bed.
  • Let vooral bij pasgeborenen op een constante kamertemperatuur van 16-18°C.
  • Maak de tijd voor het inslapen gezellig met zingen, vertellen of knuffelen.
  • In veel gezinnen zijn muziekdoosjes en nachtlampjes een groot succes. Ook een knuffeldier hoort voor veel kinderen bij het naar bed gaan.
  • Ontwikkel een vast avondprogramma voor het inslapen, waarvan u niet afwijkt, ook niet wanneer u met uw kind op reis bent of wanneer het bij grootouders of vrienden overnacht. Leg uw kind niet zomaar in bed, maar bouw een vaste routine op van spelen, in bad doen, zingen/vertellen en voorlezen. Blijf daarna nog even in de kamer, zodat uw kind zich niet alleen gelaten voelt.
  • Laat uw kind nooit in bed huilen. Ga erheen, maar til hem niet meteen op. Vaak is even lief praten en aaien al voldoende.